Een maand na de zware aardbeving in Nepal is het antwoord van de internationale gemeenschap ronduit teleurstellend. Dat heeft een hoge VN-medewerker gezegd (Bron: Het Laatste Nieuws). We zijn blijkbaar met zijn allen donormoe.

Ik herken er wel iets in. Ook ik heb de berichten over Nepal gehoord. Ik knik elke week vriendelijk neen tegen de vrijwilligers aan het centraal station in Antwerpen en bloed geven doe ik sinds mijn studententijd niet meer. Ben ik ook donormoe? Of ben ik goed geworden in wat Bandura (1999) “moreel ontkoppelen” noemt?

Oorspronkelijk ontwikkeld als theorie om o.a. oorlogsmisdaden te verklaren, lijken de 8 cognitieve mechanismen die samen “moreel ontkoppelen” vormen, helemaal niet zo zeldzaam te zijn. Ook in dagelijkse beslissingen speelt hun invloed een belangrijke rol.

Als ik de vrijwilligers ontwijk, bij mezelf denkend “dat ik ook 2 kinderen moet opvoeden en ik dat niet fatsoenlijk kan als ik elk goed doel zou steunen”, is het mechanisme van morele rechtvaardiging aan het werk. Toen ik mezelf hoorde argumenteren dat de outsourcing vooral een kwestie van “rightshoring” was, speelde eufemistisch labelen waarschijnlijk een rol. En ik pas voordelige vergelijking toe, wanneer ik tegen mezelf zeg dat ik gerust af en toe een privé-etentje op kosten van mijn zaak mag doen – mijn oom en mijn baas vroeger deden dat aan de lopende band! Deze mechanismen hebben met elkaar gemeen dat ze zich alle drie richten op het cognitief herstructureren van activiteiten; dit op zo een manier dat ze minder schadelijk lijken.

Andere mechanismen zijn dan weer voornamelijk gericht op het vervagen van de morele interventie van de actor. Wanneer je argumenteert dat het niet jouw verantwoordelijkheid is om de armoede in onze steden op te lossen, maar die van de regering, werkt het mechanisme van verplaatsing van verantwoordelijkheid. Gelijkaardig, maar meer horizontaal gericht, is het verspreiden van verantwoordelijkheid: er zijn zoveel mensen die bloed kunnen geven. Of jij wel of niet gaat, zal het verschil nu ook niet maken.

Ook de laatste drie mechanismen zijn terug te vinden in het leven van elke dag. Zo ben ik waarschijnlijk niet de enige HR-manager die zichzelf vertelde dat het ook voor de werknemer zelf een goede zaak was, dit ontslag. Een actiefilm waarin de held de vijandige poppetjes met bosjes neermaait, beklijft veel minder dan het drama waarin het slachtoffer de hele film lang weet dat de dood nabij is. En in het debat over de geluidsoverlast in Zaventem en omstreken, is het waarschijnlijk geen zeldzame bedenking “dat een mens toch weet dat er veel lawaai zal zijn, als hij of zij dicht bij een vliegveld gaat wonen”? Met deze laatste drie mechanismen (verdraaien van de gevolgen / de-humanisatie/ schuld bij het slachtoffer) helpt onze cognitie ons de ernst te reduceren van de mogelijke gevolgen van onze acties voor de slachtoffers.

Je kan heel wat levendige discussies voeren over het al dan niet terecht zijn van deze justificaties. Hun bestaan e invloed daarentegen, zijn moeilijk te ontkennen.

 

Referenties

-          Moore, C., Detert, J., Treviño, L., Baker, V., Mayer, D. (2012). Why employees do bad things: moral disengagement and unethical organizational behavior. Personnel Psychology, 65, 1-48.

-          Bandura, A. (1999). Moral disengagement in the perpetration of inhumanities. Personality and social psychology review, 3 (3), 193-209.

Share on: