Het blijft me intrigeren, dat doctoraatsonderzoek van Katrien Fransen. Ook in de pers is er vandaag ruim aandacht voor. Daarin staat onder andere te lezen dat coaches redelijk onbewust bezig zijn met kapiteinselectie, zelfs in topploegen: “… onze kapitein is de zoon van de belangrijkste sponsor… of de speler die het langst in de ploeg zit.” Een insider in het voetbalwereldje vertelde me dat de kapiteinsband nu ook meer en meer geregeld wordt door makelaars bij transfers.

Ook in mijn ervaring met sportende kinderen lijkt nepotisme een grote rol te spelen. Het zijn dikwijls de kinderen van de vaak vrijwillige ploegcoach die de kapiteinsband omgesjord krijgen. En het lijkt ook te helpen om dominant en fysiek sterk te zijn. Je ziet zelden kleinere spelers de rol van kapitein vervullen.

Dit lijkt me toch een gemiste kans en gesmos met leiderschapstalent. Juist de meer dominante kinderen of kinderen van coaches hebben wellicht het minste ondersteuning nodig in het team. Integendeel, ze kunnen erdoor in de problemen komen, door naast hun schoenen te lopen, te veel plaats te claimen en/of te veel verwachtingen te tornen.

Zou de norm in teamsport niet kunnen zijn “iedereen kapitein”? Zoals Fransen aantoont, er zijn leiderrollen genoeg om te oefenen, feedback te krijgen en te groeien. Dit leidertalent kan dan situationeel en roterend ingezet worden, naargelang de tegenstrever, de goesting e.d.m.

Zo’n gedeeld leiderschap geeft veel voordelen. De spelers leren onafhankelijk worden van die ene kapitein en coach. De ploeg wordt minder kwetsbaar. En bovendien zal het meer empathie en respect creëren voor spelers met een leiderrol. Het ‘volgerschap’ wordt beter en verhoogt ook zo de effectiviteit van leiderschap.

De voorwaarde is natuurlijk duidelijkheid en bespreekbaarheid. Elke leiderrol heeft zijn of haar verantwoordelijkheid en noodzaak. Leiderschap moet ontdaan worden van het mysterie dat er rondhangt en plaats maken voor gedisciplineerde afspraken. Wielrennen toont reeds die complexiteit met verschillende kopmannen en teams voor verschillende wedstrijden.

Een tweede kwestie die mij triggert, is het co-leiderschap van kapitein en coach. Hoe ziet die relatie er precies uit? Is het een pure top down relatie? Is er diepgaand wederzijds vertrouwen en co-eigenaarschap van het team? Is het een zakelijke, taakgerichte samenwerking? Zijn de rollen en beslissingsbevoegdheden helder verdeeld? Installeren ze leermomenten in hun samenwerking.

Boeiend! Maar gezien de diepgewortelde verwachtingen van spelers, supporters, sponsors en media en de continue korte termijn resultaatsdruk is leiderschapsvernieuwing in sportteams wellicht een heikele zaak. Kent u voorbeelden van sportteams die hun leiderschapsnormen en -structuur heruitvinden?

 

Share on: