Wat hebben Nelson Mandela, Paus Franciscus en Robert Englert met elkaar gemeen, behalve dat ze deze week in het centrum van de wereldaandacht stonden? Nederigheid. Echte nederigheid. Niet de oppervlakkige bescheidenheid die ons cultureel zo sterk opgedrongen wordt, maar nederigheid vanuit een besef van écht niet beter te zijn dan andere mensen.

Leiderschap en nederigheid gaan samen. Jim Collins bewees het al in zijn onderzoek naar wat organisaties duurzaam doet uitblinken (2001). Nederigheid houdt macht gezond. Het behoedt leiders ervoor om in almacht te schieten en blind te worden voor afwijkende meningen. Nederigheid behoedt ook voor uitputting. Ligt daar ook niet de kern van de jammerklacht van Fientje Moerman?

Nederigheid komt niet vanzelf. Ze wordt getriggerd door ontregelende ervaringen waardoor mensen niet verder kunnen doen zoals ze bezig zijn, zoals ziekte, gevangenschap, echtscheiding. Warren Bennis heeft het over “crucible experiences” die louterend werken in leiderschap. Ontregelende ervaringen hoeven niet tragisch te zijn. Proactieve leiders zoeken de ontregeling voortdurend op, juist om te kunnen blijven groeien.

Het goede nieuws is dat vandaag in veel organisaties de ontregeling groot is en er dus dagdagelijks te oefenen en leren valt over leiderschap en nederigheid. Het slechte nieuws is dat mensen niet zomaar boven zichzelf uitstijgen op crisismomenten. Er is vertrouwen, motivatie en ruimte voor nodig. De ESF cijfers over de dramatische stijging van stress in onze organisaties tonen aan dat die ruimte en veiligheid er vandaag niet zijn.

Any comments?

 

Referenties en further reading

Collins, J. (2001). Good to great: Why some companies make the leap and others don’t. New York: Harper Business.

Morris, J.A., Brotheridge, C.M. and Urbanski, J.C. (2005). Bringing humility to leadership: antecedents and consequences of leader humility. Human Relations, 58(10), 1323-51.

Share on: