Fons Leroy roept in De Morgen en in zijn recentste blog post op tot innovatie voor de arbeidsmarkt. “Vandaag moet ik vast stellen dat we in deze opdracht niet geslaagd zijn,” klopt hij zichzelf op de borst en koppelt er de boodschap aan: “Laat ons een nieuwe partituur schrijven.” Het klinkt als een mooie nieuwjaarswens en ik deel zijn analyse dat onze instituten kraken in hun voegen en misschien aan de grenzen van de buigzaamheid ervan gekomen zijn.  Hij gebruikt het beeld van de eekhoorn die harde noten kan kraken om de krachten te mobiliseren tot vernieuwing.

Terzelfdertijd verrast zijn pleidooi mij. Ik heb respect voor de persoonlijke en waardengedreven manier waarop hij zijn rol als gedelegeerd bestuurder van de VDAB sinds 2005 invult. Zijn visie is doorleefd, onderbouwd en samenwerking is zijn motto. Ik verwijs hiervoor graag naar een eerdere post “de overheid doet aan leiderschap”. Maar hoe kan je nu vanuit een positie van authoriteit, terwijl je al zeven jaar je organisatie leidt en nauw samenwerkt met je bevoegde minister pleiten voor een tabula rasa? Hoe kan je de status quo grondig in vraag stellen en er terzelfdertijd voor een deel verantwoordelijk voor zijn op een doeltreffende manier?

Ik sluit me dan ook aan bij Monica De Coninck die in haar reactie pleit voor realiteitszin. Instituten kan je niet “on hold” zetten en heruitvinden. Je kan ze stap voor stap hervormen, de vernieuwende initiatieven die vaak ontstaan in de luwte versterken en blijven bouwen aan draagvlak om de mini-veranderingen op een bepaald moment te bundelen en betekenis te geven als een grondige stap vooruit. Dit soort leiderschap is niet heroïsch. Insitutionele verandering is taai, hard werk. De rol van authoriteit of gezag in verandering is  in eerste instantie de goede werking te verzekeren van de bestaande insituten en terzelfdertijd vernieuwing in goede doses toe te laten. Die vernieuwing komt vaak vanuit de rand en heeft vooral veel autonomie en vrijheid nodig.

De eekhoorns van Leroy doen me denken aan die van Ken Blanchard in zijn heerlijk boekje “Gung Ho”. Daarin legt hij met drie dierenmetaforen uit hoe massieve verandering kan gebeuren: “The spirit of the squirrel”, “The way of the beaver” & “The gift of the goose”. Eekhoorns hamsteren. Ze leggen voorraden aan en zijn immer in de weer om de winter door te geraken. In verandering is het belangrijk dat “everyone is committed to the same clearly understood goal, like the squirrels are committed to gathering seeds to survive the winter.” Hierin zit de oproep dat we elk onze eigen noten te verzamelen hebben voor de winter/grote verandering die nodig is.

Any comment?

Share on: