In de statige salonkamers van de Nationale Bank van België voor een publiek van een 40-tal hoofdzakelijk mannelijke senior zakenlieden deelde Philippe Naert, decaan Antwerp Management School zijn inzichten over het nodige leiderschap voor de toekomst. Zijn jarenlange ervaring aan het hoofd van internationale business schools en in verschillende raden van bestuur maakt van hem een bevoorrechte getuige over leiderschap.

“Historisch associëren we leiderschap met autoriteit en hiërarchie: “de baas weet het beter.” Da’s voorbij,” begon hij zijn betoog. “Leiderschap 2.0 werkt samen, ondersteunt, begeleidt, brengt mensen bij elkaar en is meer dienend.” De oorzaak ligt in de toenemende complexiteit en onderlinge afhankelijkheid van de dingen. ”Kennis is meer verspreid, zit dieper in de organisatie en de top moet zich daar ook naar organiseren. Zo is de macht van de sociale netwerken fenomenaal.”

De consequentie hiervan is dat je leiderschap hoort te ontwikkelen dieper in de organisatie. “Dat leiderschap ontwikkelen betekent ook dat je leiderschap toelaat,” legde hij de vinger op de wonde in heel wat organisaties die worstelen met het thema vrijheid versus controle. Of met een mooi statement: “Leiderschap is een team. Zoeken naar complimentariteit is belangrijk en het ontwikkelen van systemen die de kennis in de organisatie naar boven brengt. Zo hebben ook onze middle managers een leadership mindset nodig.”

Een tweede boodschap was het belang van context en business kennis. “Vertrouwen staat centraal in leiderschap. En je kan geen vertrouwen wekken als je niet weet waarover je spreekt. Kennis van de business, van de activiteit is essentieel in leiderschap. Een voorbeeld: de top business scholen Insead, IMD & LBS hebben ongeveer op hetzelfde moment voor business leaders gekozen als decaan. Dat is een mislukking geworden.”

Leiderschap is ook situationeel. “Leiding geven aan een business school is heel anders in Frankrijk, Nederland of België.” Ook de positie van het bedrijf in de markt en in zijn levenscyclus is bepalend voor het soort nodige leiderschap. Je kan geen internationaal bedrijf zijn en een unicultureel of homogeen management team hebben.” De leider van de toekomst heeft dus expertise, zelfkennis om te kunnen samenwerken, een globaal perspectief en is zich ook bewust van zijn maatschappelijke impact.

Uit een vraag van het aandachtige publiek bleek de heimwee naar het directieve leiderschap: “ik steek zoveel tijd in het creëren van buy in dat ik geen beslissingen meer neem.” En ook: “riskeren we niet ‘zwak’ over te komen tegenover meer directieve organisaties of sneller beslissende economiëen.” “Dat risico is reëel”, erkende Philippe Naert, “maar er is geen weg terug. Mensen in onze maatschappij aanvaarden eenrichtingsbeslissingen niet meer.”

Een laatste vraag was ook een oproep voor Antwerp Management School en de organiserende Vlaamse Management Associatie & Financieel Forum: “Zouden onze top managers geen baat kunnen hebben bij een opleiding in de nieuwe modellen rond management en leiderschap. Onze jonge mensen en managers krijgen dit allemaal mee via MBA’s en zo, maar als het aan de top niet beweegt… Is het niet tijd voor collectieve actie?”

Een mooiere afsluiter voor deze zinvolle lunch causerie over leiderschap was moeilijk denkbaar.

Opmerkingen?

Share on: