johnny-thijsKarel Vinck en een aantal collega CEO’s halen hard uit naar de overheid en spreken zelfs dreigende taal dat “de gevolgen ernaar zullen zijn binnen een jaar tot vijf jaar”. Het paradigma is duidelijk: organisaties hebben grote leiders nodig en deze verdienen loon naar werken. Zeker als het organisaties in crisis zijn. Ook als organisaties pijlsnel groeien is uitzonderlijk leiderschap nodig en ook dat mag navenant betaald worden. Remember de bankbonussen? Maar klopt dit paradigma nog?

Correcte verloning is een moeilijk vraagstuk in organisaties. Mensen hebben een groot gevoel voor rechtvaardigheid en willen fair betaald worden. Tezelfdertijd schatten ze hun eigen prestaties en aandeel in succes vaak te hoog in. We voelen ons gemakkelijk “beter”. Deze systematische positieve bias en onze hang naar fairness zorgen gemakkelijk voor inflatie van lonen in organisaties. Zeker in hiërarchische organisaties is die inherente neiging tot inflatie aanwezig. Elk laagje wil beter betaald worden.

Niemand ontkent dat Johnny Thijs uitstekend werk verricht heeft en dat hij respect verdient voor zijn beslissing om niet te willen werken voor de helft van zijn loon. Weinigen zouden het doen. En toch zou het wel eens een gemiste kans kunnen zijn om groots leiderschap te tonen. Waarom?

Ten eerste zou het aanvaarden van minder loon deugd gedaan hebben voor het vertrouwen in CEO’s en top management. Door zijn ontslag in te dienen blijft de kloof bestaan tussen de gewone medewerkers in grote bedrijven en een toplaag die zichzelf alvast in de perceptie goed bedient in tijden van zowel onzekerheid als speculatieve groei. Johnny Thijs schaart zich aan de kant van de verongelijkte CEO’s zoals Didier Bellens die gretig het debat aanwakkert.

Ten tweede worden organisaties vlakker. Johnny Thijs is een teamspeler en heeft dit ook letterlijk getoond door tussen zijn mensen te gaan zitten in open offices en zo ook de sociale afstand te verkleinen. Die tendens naar meer authentiek en gedeeld leiderschap kan niet anders dan impact hebben op onze verloningssystemen. CEO’s kunnen niet tegelijk teamspeler zijn, pleidooien houden voor meer leiderschap in hun organisaties en terzelfdertijd de loonkloof in organisaties intact laten.

Ten derde zou Johnny Thijs kunnen getoond hebben dat hij zijn leiderschap niet rechtstreeks evenredig koppelde aan status en loon. Dat de toekomst van de organisatie en haar mensen hem intrinsiek motiveerde. Johnny Thijs is 61 jaar. Voor het geld hoefde hij het niet meer te doen. En uit onderzoek over leiderschap weten we dat weinig leiderschapsgedrag zo inspirerend en motiveerd werkt als zelfopoffering.

Ten vierde zou aanblijven maatschappelijk betekenisvol geweest zijn. De maatschappij is aan vernieuwing toe. We hebben nood aan experimenten en open morele debatten in organisaties. Met zijn vertrek versterkt Johnny Thijs de kloof tussen het Wallonië van de PS en het Vlaanderen van de N-VA, tussen de helden van de economie en de anonieme middenklasse, tussen geldbejag en duurzaamheid. We zijn als maatschappij geen stap vooruit.

Uiteraard spelen er veel andere motieven mee en wellicht weten we maar een fractie van alle discussies die zich achter de schermen afgespeeld hebben. Maar toch. Wat als Johnny Thijs toch ja had gezegd?

Dit opiniestuk is ook verschenen op De Tijd.

Share on: