In het TFLI-lab van vorige maandag legde Katrien Fransen uit hoe ze het succes van sportteams verhoogt door vier leiderschapsrollen bespreekbaar te maken en te verdelen. Taakleiderschap, samen met motivationeel, sociaal en extern leiderschap zorgen er samen voor dat de spelers ‘er samen voor gaan’ en het succes van het team prioriteit geven aan het eigen succes. En omdat het wel heel complex wordt deze rollen in één persoon te vinden, worden die rollen gedeeld. Twee taakleiders, één sociale leider, drie motivationele leiders en twee externe leiders zouden best wel eens een optimale ploeg kunnen vormen. De leiders zijn deel van het team, nemen de rol met plezier op en de teamcoach wordt ontlast. Dit model wordt momenteel met succes toegepast in een rugbyteam in Australië van 42 spelers.

Elke speler scoort de andere spelers op de vier leiderschapsrollen. De spelers die het hoogst scoren op een rol, krijgen deze rol formeel toegewezen door de coach en dus ook de bevoegdheid om die rol op te nemen. Door de expliciete erkenning van hun leiderschapscapaciteit worden deze spelers gemakkelijker aanvaard, stijgt hun zelfvertrouwen en nemen ze proactiever en bewuster hun leiderrol opnemen. Een uitmuntende toepassing van de principes uitgetekend door DeRue & Morgeson (2010). Leiderschap is een proces van ‘claiming’, maar ook van ‘granting’. Fransens onderzoek toonde aan dat deze aanpak zorgt voor meer motivatie en hogere gepercipieerde én effectieve teamprestaties.

De deelnemers gingen aan het fantaseren over het potentieel van deze aanpak in hun eigen omgeving. Blijft er vandaag niet veel leiderschapspotentieel onbenut door te veel in te zetten op die ene leidinggevende? Kan het ook geen motiverend element in loopbaanontwikkeling zijn? “Momenteel willen velen naar omhoog, en niet naar opzij” merkte een deelnemer op. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, bleek al snel. “Het vergt wel een enorme maturiteit en een sterk zelfvertrouwen van de leidinggevende, die beslist zijn bevoegdheden te delen,” merkte een deelnemer op.

Dat bleek alleen al uit de oefening die aan het lab voorafging. Slechts 3 van de 10 organisaties waren er in geslaagd om een teamassessment van gedeeld leiderschap te laten doen. Een omschakeling naar gedeeld leiderschap vraagt psychologische veiligheid, die mede kan voorzien worden door opleiding en coaching. Maar de conclusie was eensgezind: een zeer relevante oefening. Het assessment toonde hoe de formele uitleider uitblinkt in 1 rol en het laat afweten in een andere, hoe subgroepjes in een team elkaar in één rol vinden, en andere teamleden geïsoleerd zijn of worden, in welk team het leuk werken was én waarom, welke informele leiders soms de koers bepalen.

Met dit lab doken we in de nitty-gritty van gedeeld leiderschap en voor leiders die echt willen inzetten op meer gedeeld leiderschap in hun team en bij voorbeeld ook meer zelforganisatie, lijkt deze aanpak veelbelovend te zijn en niet alleen in sportomgevingen. Wordt vervolgd.

Wil je ook leiderschap onderzoeken en ervaring delen met The Future Leadership Initiative? Koop een kennisaandeel.

Share on: